Richard Ottens verblijft momenteel in Barwani bij een papierfabrikant, die niet financieel rendabel genoeg is, om daar een algehele bedrijfsscan uit te voeren. Zijn volledige blog is te lezen op blogspot. Hieronder, zijn laatste post van de afgelopen week.
zondag 11 december – papier of geen papier?
Twee dagen geleden schreef ik volgens mij nog best enthousiast over het op een website publiceren van foto’s van een mooie opgepoetste papierfabriek. Met ook plannen om mogelijk op korte termijn weer handgemaakt papier te gaan produceren…
Maar helaas, in de afgelopen twee dagen is dit opstartplan voorlopig even in de denkbeeldige ijskast geplaatst. Ik zal een poging doen om uit te leggen hoe dat zo gekomen is.
Afgelopen donderdag en vrijdag goed en zeer uitgebreid gesproken met de laatste productiemanager van de papier fabriek, meneer Lala. Als ik dan zie hoe zo’n rommeltje het nu uiteindelijk in de fabriek geworden is, dan doet meneer Lala z’n achternaam in ieder geval wel eer aan (okay, toegegeven, dit is niet de allerbeste grap).
Het bleek ongelooflijk moeilijk om met meneer Lala een goed en concreet gesprek te voeren. Hij weigert namelijk (dit is wel typisch Indiaas overigens) om duidelijk “NO” te zeggen – dit is overigens ook typisch Indiaas, al wiebelt de één beduidend meer dan de ander. Maar bij meneer Lala maakt het niet uit of ik, of hij, aan het woord is – hij wiebelt gewoon continu. Bovendien zegt hij best vaak “YES”, én dan toch weet hij te wiebelen. Bij het achterhalen van belangrijke getallen en feiten van een niet operationele papierfabriek levert dat continu wiebelen bij mij toch wel de nodige verwarring op. Ter illustratie even een voorbeeld.
“Zijn er historisch gezien problemen geweest met de energie-voorziening?”. Ik zie een overduidelijk wiebelend hoofd, maar meneer Lala blijft in verbale zin stil. Ik neig dus naar een “NO”. Maar dat lijkt me dan ook wel weer stug, want we hebben nu ook twee keer per dag een ‘powercut’ van anderhalf uur per keer.
“Dus er werd de hele dag continu papier geproduceerd?“. Weer gewiebel. Zie je wel, dus toch een “NO” en dus wél problemen met de energie-voorziening? En dus geen continu productieproces. Maar toch ben ik nog niet helemaal zeker.
“Hoeveel uur per dag was de energie gemiddeld afgesloten?” waarop hij, al wiebelend, zegt: “ongeveer 2 tot 3 uur”. Dan toch maar die ooit in Nederland gevolgde cursus “open vragen stellen” er maar weer even intern op naslaan. Want dat open vragen stellen is ook hier in India best handig…
Terug naar de fabriek. Die wordt alleen opgestart als er winst gemaakt gaat worden. Een erg leuke bijkomstigheid is dat er bij een opstart dan ongeveer 40 vrouwelijke werknemers, die ‘below the poverty line’ leven, in dienst genomen gaan worden. Dat inzicht maakt dit project, en het hopelijk weer opstarten van de fabriek, voor mij ook wel extra speciaal. Want ik vind het wel mooi dat je iets kunt betekenen voor mensen die overduidelijk een beter leven nodig hebben, en dat ook gewoon verdienen.
Om deze opstart enigszins financieel onderbouwd te kunnen laten plaatsvinden heb ik, met input van meneer Lala, een soort voorspellingsmodel opgesteld. Waarin we de actuele prijzen van alle grondstoffen, energie, water, salariskosten etc. hebben gestopt. Helaas, het resultaat dat uit dit model rolde was ronduit schokkend (vandaar die fabriek voorlopig in de ijskast). Want het blijkt dat de hoofdgrondstof van dit handgemaakte papier, dit is restafval van een katoenfabriek:
- in totaal 60% van de totale productiekosten in beslag neemt;
- in de laatste 12 maanden qua aanschafprijs is verdubbeld.
Voorlopige conclusie uit het model is dat als men de fabriek vandaag zou opstarten de prijs van een pak papier (met daarin 500 vellen A3 papier) van 3000 Roepies (prijs toen de fabriek stilgezet werd) plotseling 7500 Roepies zou gaan kosten (1 EUR ~ 70 Roepies). Een dergelijke prijsverhoging zal niet echt acceptabel zijn voor de klant vrees ik. En ik moet dan zelf ook even toegeven, ik vind de prijs per vel papier (bij beide prijzen) in Euro-termen ook wel wat aan de hoge kant… Maar goed, dan is het ook hoge kwaliteit, hangemaakt, volledig 100% milieuvriendelijk – en maatschappelijk ook nog eens zeer verantwoord – papier.
Uit de financiële overzichten (of wat er nog van te vinden was) van de afgelopen 5 jaar bleek ook dat de historische kostprijs van een pak papier op een nogal dubieuze (lees volledig incorrecte) manier bepaald was. Men ging er van uit dat er bij de verkoop van elk verkocht papier een winstmarge van 10% werd behaald, in werkelijkheid waren de productiekosten per gemaakt pak papier ongeveer 30% hoger dan de actuele verkoopprijs. Foutje van de accountant. Op zich dus niet vreemd dat deze fabriek door ernstige financiële problemen (en wat mij betreft eigenlijk gewoon door financieel mismanagement) uiteindelijk is stilgezet. En wel triest ook dat hierdoor dus 40 vrouwelijke werknemers naar “huis” gestuurd zijn. Conclusie is dat je met een ‘charity’ instelling uiteindelijk geen continu ‘charity’ kunt blijven bedrijven, want je zult gewoon in financiële zin je zaken op orde moeten hebben.
Vergadering met het management van Ashagram
Op zaterdagmiddag mocht ik bovenstaande best verrassende (schokkende?) inzichten meedelen aan het management van Ashagram. Ik was hier wel wat zenuwachtig voor, geef ik even toe. Want je weet nooit hoe een dergelijke boodschap zal gaan vallen. Ook zitten deze mensen in de board van Ashagram Trust, en waar houdt een board zich normaliter mee bezig? Die houdt (in Nederland tenminste) grondig toezicht op het reilen en zeilen van de verschillende onderdelen binnen de Trust, en dus ook op de financiële huishouding van de diverse projecten en onderdelen binnen de Trust. Dat zou je althans denken…
Maar goed, ik ben maar rustig de vergadering ingegaan (feiten zijn tenslotte feiten) en in een Powerpoint presentatie de kwantitatieve resultaten en opgedane inzichten getoond. Niet in de tuin uiteindelijk, maar met de muur van mijn kantoortje als projectiescherm.
Met de nodige onderbrekingen, vooral door wat emotionele discussies in Hindi, kwamen we opvallend snel tot de conclusie dat het opstarten van de fabriek met dat katoenen, en erg dure, afvalmateriaal absoluut geen reële optie is. En dat we naar een alternatieve, goedkopere, grondstof, of naar een alternatieve productiemanier, moeten gaan kijken. De ene Trust-meneer (die het dichtst bij de tafel zit) vatte het eigenlijk wel mooi samen “mister Richard, you have provided us with a nice realistic mirror. You have opened our eyes”.
Verder bleek ook dat het management een voor Nederlandse begrippen best originele (eigenlijk meer vreemde) kijk op efficiënte produceren heeft. Op de open vraag “why do you think the factory started to get into financial trouble?” werd door alle aanwezigen bijna in een koor geantwoord: “because we don’t sell the products”. Dit gaf ook direct een verklaring waarom men gewoon doorging met het doorproduceren van papier, terwijl men geen vel papier meer verkocht. Want de markeringman was in April 2009 al gestopt met het papier in de markt te verkopen. Dat verklaart ook plotseling dat er ongeveer 500 pakken papier stof liggen te happen. Best jammer eigenlijk, maar is dan gewoon wel even de realiteit.
Aan het eind van de presentatie heb ik ze nog maar even niet verteld dat het op zich logischer, en financieel ook voordeliger, is om pas een product te maken, als er een klant daadwerkelijk op zit te wachten en dat die klant voor dit product ook daadwerkelijk voor heeft getekend. Als het even kan op papier. Heb dan maar besloten dit inzicht dan nog maar even te bewaren voor de laatste presentatie, die volgende week donderdag gepland is.